Karnemelkse jus met korenwolf.

Het kan nog zo raar lijken; als klein kind liep ik twee kilometer om bij het zwembad te komen door een lang diep &donker bos dat daar Hesseweg heette. Al eerder mocht ik mee naar mijn opoe die in Laag-Keppel woonde als de drie-jarige die vnl meeliftte op de schouders van pa. Ook door/langs het bos. Onderweg maakten mijn pa en moe wel eens wat kibbelarij. Het is ze inmiddels vergeven; moe had geen lust om mee te gaan want eerst moest er nog vlees aangebraden of spek worden uitgebakken… Tot ik ineens halverwege zo’n wandeling besefte van hee: die koe in de wei is dat soms hetzelfde als s’avonds op mijn bord. Enige opmerkingen aan tafel zoals daar zijnde “is dit van een levend dier gemaakt” konden mijn ouders niet van hun apropos brengen. En inplaats van televisie kijken (hadden we toen nog niet) werd ik wederom het bos ingestuurd. Een heel donkere plek waar verder niet veel te doen viel dan hier en daar een opgeschrikte haas of een fietsbel omdat ik dromerig zonder het zelf te weten midden op een pad liep die blijkbaar voor snelverkeer bedoeld was. Zo ver het oog reikte: dikke boomstammen en neerhangend blad&takken op de weg en veel zwoel geheimzinnig en zacht ogende varens, vooral s’morgens in de mist. Wandelen werd mijn favoriete bezigheid. Zonder je ouders ergens heen gaan was een doel op zich op een bepaalde leeftijd en bovendien als nog niet-stadse liep ik voor mijn gevoel de ware rimboe in met mijn eigen aandeel van het proviand uit de koelkast en een centje voor het zwembad. Deze rimboe heet tegenwoordig het Hummelse bos oftewel het Hummelse zand en is maar een paar vierkante km groot. Ik liep ik liep ik liep en verstopte mij oneindig ver voor die buitenwereld weg tot alle beschaving buiten bereik leek. Ik voelde opwinding. Dit! Was! Van mij. Ik voelde mij of een fee die kabouters zag en de bomen met elkaar hoorde converseren en reed op een wit paard! Het lange pad naar het zwembad toverde zich echter bij het vallen van de duisternis wel eens om in iets waarvan het leek of die levende have zich tegen je keerde. Takken sloegen in je gezicht en kwamen steeds lager te hangen. Je hoorde gesnuif, gesnuffel, gepiep en gekraak ‘ergens’ naast je en ik in het begin heel dapper zingend tegen het onbehagen begon ik uiteindelijk te rennen naar het uiteinde waar een hoopvol lichtvlekje gloorde op de kleine dikke beentjes. En soms struikelde je dan over een tak die er op de heen weg zekerweten niet lag. Ik wist dat er witte wieven waren die vorige week de buurman nog hadden verslonden en er in het koren ernaast Wolf school. Thuis gekomen had mijn moeder karnemelk jus klaar en de hele kwestie van de levende dieren stopte ik voorlopig in de doofpot onder een gezellige lamp, ik maakte  heksendrankjes de volgende dag, liet 2 van mijn konijnen vrij (die zwanger terugkeerden) en toen ik leerde lezen kwam de kennis der kruiden tot mij. Later werd alles anders. Ik waardeerde immer nog de mentale douches van er even uit zijn maar bv kamperen of een kanotochten over de Groote Rivier in Amerika; ik weet niet, koffie en nicotine  leek dat effect ook te vervangen en omdat er zoveel moois op&in cd, dvd. museum en google was te bezoeken had ik misschien nog iets in te halen. Toen er jonge kinderen kwamen heb ik echt geprobeert te gaan kamperen met ze. Maar het leerde mij vooral dat het altijd ver fietsen was, de natuur alleen mooi is als het niet regent en verder ook bij zonlicht alles nooit meer echt droog wordt. Het te fotograferen natuurobject net onder was terwijl ik druk doende de sluitertijden bepaalde en bovendien de volgende nacht het toestel of onder water bedolven werd of gejat. Het eten was opwarmkliek dat niemand wou (want anders dan thuis) en de een kreeg huiduitslag van de zon en de tent lekte opnieuw en er verdwaalde iemand in de nacht huilend over de camping op zoek naar een wc dus het werd op dag 2 altijd weer dringend tijd om de lange weg naar huis aan te vangen met kleine oogjes. Eerlijk, als ik de hel moest ontwerpen dan was het een lekkende tent in de stromende regen met je heel-lang-voor-gespaarde-nieuwe camera. Dus natuurvakanties die moesten nog maar even wachten, en het weer vega worden ook. Wel liep ik zelf vaker en vaker een park in om de bekende kruiden overnieuw te determineren en soep van  brandnetels te verzamelen. Nog veel later werd ik verlost van een nachtmerrie door ‘man met boot’ en daarna camper-bus. Hoe het ook zij, hoe graag ik op pad ben en hoeveel ik ook in mijn moestuin ben s’zomers; de winter pak ik altijd weer beet om veel bios, dvd te zien en soms een eigen gedichtje te maken en na het zwemmen onder een zonnebank plaats te nemen. Misschien is het een culturele dissociatie. De eerste “In de ban van de Ring” daar herkende ik de Enten weer. Tranen in mijn ogen. Ik neem weer af en toe plaats in de huid van een Hobbit. En dan kook ik thuis erwtensoep van een blij varken, want karnemelkse jus dat lust ik  niet.Image 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s