Zinvol haarkloven oftewel de theorie van de relativiteit.

Bedenkingen over toepetjes, tuinieren en de leef-tijd.

Begin 1961 begon er waarschijnlijk al haar te groeien over mijn hele lijf. Toen heette het nog heel lief ‘lanugo’ , omdat ik nog in de baarmoeder zat natuurlijk. Dat alles geen punt dus, echter rond mijn 50ste zette het ineens door, dat krijg je soms met laatbloeiers. Vergis u niet, ik had geen enkele ambitie om power flower te worden. Het overviel me gewoon ten tweede male. Scheren, knippen, maaien en epileren lijkt in geen enkel opzicht op dat wat reclamespots ons willen doen geloven, in de verste verte ben ik geen David Beckman, George Clooney en ook doe ik niet mee aan songfestivals, mocht ik on-stage nog als vrouw herkend willen worden. Dat het gras bij de buren groener is tja. Al het gespuit met deo’s en round up in een breedbladig spectrum. Tijdverlies; en slecht voor de biodiversiteit&eigenheid. Momenteel mag ik mij in het dubbelzinnig bezit weten van: neushaar in 2 bijeen-passende bosjes, het viervoudige volume wenkbrauw als eerst (dus het is wel afgelopen met het wenken zonder te gaan tranen); dan 3 vleselijke moedervlekken met ps 2 heel stijve haartjes die door de panty heen steken en mogelijk ook geraakt kunnen worden als het mes al te scherp van snede is. Dan nog 2 best wel aardig gevormde benen maar met een maisstoppelhuid en continue aanwas. En ik zie mezelf dus ook nog niet getoupeerd en/of uit de geparfumeerde krammen schieten omdat de douchebak weer rijkelijk vervuld is van de dagelijkse schuim der aarde en kaf met-zonder koren. Laat staan de de opeenstapeling van watten die nodig zijn om de gehavende enkelrandjes, spatadertjes en neus-binnenholten tot bloedens toe en beademd en resoluut tot staan gebracht in al dat stromende water met bijtende ajuin achtigen die zeker niet in eigen tuin groeien. Twee potten creme bij de spiegel, eentje tegen rimpels en heel vettig en de andere juist er ‘tegen’ want bedoeld tegen jeugdpuist&pukkel die ook nog steeds de kop letterlijk opsteekt wat geenzins op een jeugdigheid van geest berust. Mijn oplossing is deze 2 lekker doormekaar te roeren en er het beste van te hopen. Het is zwemmen tegen de stroom in vanaf een bepaald moment zeg maar dat je niet meer op vakantie gaat met pil-pas-portomonee maar de pil voorgoed is vervangen door een veel noodzakelijker pincet om dus dan ook maar meteen over te gaan tot een goedkoop ogende bepleistering&immitatie in de juiste teint zoals Willeke van Ammelrooy in haar betere dagen zeg maar.

Mijn haar moet ik zo laten van de dokter. Veel spoelen met water met crèmes en vitamine E helpt de opwaartse groei bovenop en dan het liefst dat eeuwige dragen van petten&mutsen achterwege laten. Die staan nu in volle glorie in de hoek van de slaapkamer opgestapeld en ik noem deze wankele toren mijn ‚Pettenflet’. Want juist indien de overgang wat zwaar valt: we zijn toch wel eeuwig kind gebleven. Wellicht hoogstens met hier en daar een extra plukje ‘gruis’ waarvan ik liever wilde dat het zich op mijn voortanden bevond. Hoewel de eerste grijzing zich daar al voordoet. Soms jeukt het. En soms vind ik brokjes en mijnenvelden tussen mijn welverdiende boterhammen. Het is me haast onmogelijk geworden daar een fijn meer-granen geval mee te vermalen zonder dat alles meteen mee-gezandstraald is geworden. Maar och zolang er dan maar geen reepjes bederfelijke waar tussen blijft hangen…het flossen heeft me inmiddels alle klossen naaigaren gekost die ik van mijn wijlen moeder erfde.

Aangezien mijn grote epileer&shave adventure mij toch al dagelijks ‚beschoren’ is zoeken we steeds naar nieuwe foefjes. In de steeds verder om zich heen grijpende zweet& doorwaaihemden aan- &uittrekkerij; het nachtbraken, broekplassen&na-druppelen, de burnouts en andere oppervlakkig maar goed waarneembare aandoeningen keek ik om mij heen en zag mij temidden van een hele generatie waarvan een niet onaanzienlijk deel van de kennissenkring het aan de stok heeft met deze permanente droogten binnen en buiten en die dus  een ‚overgangs-consulente’ bezoeken. Jawel, ik zie het voor me, een zwetende dame die misschien net als jij binnenkort „oma” gaat worden met dientgevolge bijpassende blauwe kringen om de ogen van het slaaptekort. Dat wordt bij voorbaat soms veroorzaakt door spiegelneuronen. Zelfs in eigen spiegel kwam ik ze tegen en ik wordt helemaal geen oma. En mocht er dan verder dan wereldwijd liever niet over gesproken zijn want al die praatprogramma’s over droge haarpunten en rimpeltjes-sex is echt nog steeds taboe.

En dat wilde ik maar zo houden.

Na de sexuele oprispingen van de jaren 60-70 vervielen wij immers massaal wederom in een fysieke leemte en een korte tijd geloofden we dat we dit konden opvullen met LSD. En dat was ook zo. Later, toen dit ook weer niet zo heel goed meer leek te voldoen deden we het met voedsel. Daar was in elk geval ruimschoots voldoende van voorradig en viel te ontleden in nutriënten. Althans in ons werelddeel nog dan. De bijna radeloze simultaan verlopende hang naar ‚steeds iets lekkers…’, kruidenheksjeszalf, en breedbeeldvoetbal heeft helaas de zoveel mooiere mindfulness van de oorspronkelijke liefde verdrongen. We zijn lege hangbuikouderen aan het worden en geven de schuld aan brood en tarwe en ook Prozac lost het maar niet voor ons op.

Dankbaar ben ik nu dat mijn lief nu aan fietsen doet, zijn conditie is waarlijk fit te benoemen. En dat vermag wat halfweg de 60! Of we nog ‘breedbeeldplannen’ ambieëren: ik zou het niet weten. Niet veel digitaals meer d’r bij wat mij betreft. De horizon verlegt zich veel fruitiger door aardbeien vers uit de moes, te camperen naar  zuidelijker oorden en een lekker slokje wijn bij het eten. In een plotselinge hang naar zelfcastijding namen we een abonnement op het nrc. Om bij de pinken te blijven zogezegd. Verder krab ik de tuin en elkanders rug voor die wil komen eten. En tuurlijk zijn er elke dag weer momenten dat je terug moet naar de reeële wereld (staat gelijk aan =economie) want ledigheid is des duivels oorkussen beste mensen. Want het leven was lijden.

De slijtplek voor den spiegel zal op een goed moment wel niet meer groter worden. Voortschrijdend in leef-tijd zal men meer en meer gaan leunen op rollators en ander badkamerspul met zijwieltjes inclusief achteruitkijkspiegel. Fysieke slijtage en bijbehorende wanorde zijn een ding. Op een bepaald moment is het het gebrek aan loyaliteit waar je mee kampt en bewerkt men mentaal gezien slechts nog de ‚dodenakker’. In de supermarkt wordt je meer en meer over het hoofd gezien,op je werk ook door mannelijke collega’s en zo ook in de tram of bus moet je rammelen met heel je knokenhuis om te laten weten dat je aan de beurt bent….dààr hebben we nou al die calcium voor moeten slikken dames. Want de show must go on! Bij de dokter worden bepaalde behandelingen alvast maar niet meer toegepast…maar wel je euthanasie te kunnen regelen zodra je begint te hoesten. Met andere woorden je staat er alleen voor tot de laatste snik. Van de Aboriginals kunnen we misschien wel wat leren. Die verwaarlozen hun ouders compleet! Of ik hoorde bijvoorbeeld van die bijzondere stam waarvan de leden een hele lange laatste wandeling gaan maken met de ouders om ze vervolgens als Hans en Grietje zonder broodkruim ergens achter te laten in het diepe donkere bos met verwilderde en heel vette haren. Duidelijk is het.

Kijk nou en in dat laatste kan ik me wel weer  vinden. Geen gedub over euthanasie en hoe te begraven/verbranden met de hele opmaak en het verstrooien enzo. Een fijn lot beschoren aan het heksje van de hongerdood. En stof keert weder tot stof zoals bekend. Gelijk een soort natuurlijke menselijk composthoop met een allerlaatst heerlijk peperkoekhuis voor het geestesoog. Lucht geven aan de innovatie zeg maar (= een term uit het NRC by the way). Met deze groene zoden indachtig is het gras bij de buren meteen een stuk minder groen en kijk daar gaat het om. Nederland versus Australië.

In de ogen van iemand van 80 jaar oud ben ikzelf nog maar een groentje. Iemand voor wie het allemaal net begint. Dus deze boer-in ploegt rustig voort ; op ‚haar dooie akkertje’ zogezegd. Ik beschouw het ontharen voortaan maar als een soort tuinieren voorafgaand aan het echte werk later en niets vergeleken bij 200 vierkante meter op de klei. En stal ik mijn uitvouwbare schatkaart van bodemstoffen in mijzelf prominent uit en genereer een mentale vrijheid in alle vormen van tuinieren denkbaar en waar de (ge)wilde lokale flora het zo goed op doet. Zolang het ouder worden niet als psychische stoornis in de DSM-5 wordt opgenomen althans. Want dan is de lol er van af.

 

Nog even eentje van A. Einstein zelf: “Strive not to be a succes, but rather to be of value.”

Image

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s