De vermenging van soorten, biodiversiteit , het uitsterven, hoe je daar een hernia van kunt krijgen.

Bas Haring in “Plastic Panda’s” legt evolutie uit: “Laten we de Giraffes nemen. De vraag is hier hoe het toch kan dat al die giraffes zo’n handige lange nek hebben.” Vragen van een filosoof. Daar zijn antwoorden op. Op dit soort van vragen. Gedeeltijlijk dan, veel vullen we nog zelf in. Maar een fijne zoektocht is het zeker. Verplaats je maar eens in een periode van de ontwikkeling van landdieren dat er nog geen giraffes waren maar wel ‘girafachtige beesten’ op de savanne met allemaal korte nekken. Er bestonden van nature al kleine verschillen in de kortnekpopulaties; er waren vast dunnere, dikkere, korte beentjes, onhandige kleuren, onhandige verteringskanalen met een prikkelbaar darmsyndroom of zoiets en soms een paar met iets langere nekjes enz. Er bestonden dus kleine  verschillen tussen al die ‘kortnekken’. Zo zit de natuur in elkaar. Het is biodiversiteit (individuen) genaamd en werkt biodiversiteit (soorten) in de hand. Langzaamaan zorgen de omstandigheden ervoor dat wanneer “de giraf” honger heeft en geen gras lust dus op den duur de overlever is die het makkelijkst bij de bomen kan komen om te eten die met het langste nekje kans maakt. Zo vermenigvuldigen zich weer de sterkste partners met de langste nek en de beste schutkleur uit tot iets wat het best zijn voedsel kan bereiken/verteren met de beste schutkleur tegen het loerende roofdier. Zo zit de natuur in elkaar , de een overleeft en plant zich voort ten koste van een zwakker soortgenoot. Wonderbaarlijk goed bedacht of ontstaan zo men wil. Daarom is het ook maar goed dat er maar liefst 7 soorten giraffen leven in de Afrikaanse savanne zodat wanneer er zich veranderende omstandigheden voordoen na enkele 10duizenden jaren en er dan alleen maar lagere boomsoorten op deze savanne groeien de langnekken allemaal een hernia in hun veel te lange nek oplopen van het voortdurende bukken. Dit probleem ken ik bij een collega in de schoonmaak die nogal lang is en ik zelf klein van stuk en dus meer kinderen kreeg (ha ha ) allemaal beeldspraak natuurlijk hier dat begrijpt u toch. Men kent mij inmiddels. Wel zou het zo “kunnen “zijn dat wanneer er zich rond de evenaar drastische klimaatwijzigingen voordoen bv ik zeg maar wat: geweldige passaatwinden -en men snapt hoge bomen vangen veel wind- dat er vervolgens misschien wel milioenen jaren lang alleen maar kleine slanke elastische boompjes willen groeien. Nu kan de Giraffe 2 dingen doen, hij kan zich verder uitselecteren tot een ‘toevalsdier’ dat een korte nek uitselecteert of kortere beentjes maar dat laatste staat zo gek. Waarschijnlijk kunnen korte beentjes een lange nek niet in balans houden dus waarschijnlijk moet de kenmerkende lange nek er het eerst aan geloven. Hoe ERG is het dat wanneer natuurlijke selectie bepaald dat bepaalde diersoorten uitsterven omdat ze op deze manier niet meer kunnen leven op de aardbol zich veranderen in iets andersoortigs of helemaal verdwijnen. Als ik Bas Haring begrijp is het mogelijkerwijs allemaal nostalgie. Soin, ik houd me hier ver van te oordelen. Alle kennis is m.i. nog niet boven tafel dus. Met hem eens ben ik wel om het een en ander aan sentimenten los te proberen te zien van de wetenschappelijke feiten. Lastig ook voor biologen is het soorteren. Men zou eens als bioloog zijnde eens naar elkaar luisteren en de beweegreden tegen elkaar afwegen ipv elkaar in de haren te vliegen. Dan heb ik het over indeling van soorten en scheidingslijnen. De een beweert dat als 2 giraffen niet met elkaar willen paren het niet om dezelfde soort gaat, de ander vind dat als ze geologisch gezien niet bij elkaar kunnen komen om te paren er sprake is van 2 soorten en weer anderen vinden dat als er wel nageslacht kan komen maar dit onvruchtbaar blijkt er sprake is van verschillende soorten. Zoals paard en ezel de steriele muilezel heeft voortgebracht. In de natuur komt dit veel voor trouwens, veel vaker dan u denkt. (was het geen haring Bas?)  😉 Biologen houden ervan de dingen op hun eigen conto te schrijven vrees ik wel eens. Echter wat laat ik als trotse eigenaar van een moestuintje (het enige plekje waar ik het mag zeggen) wel en niet gebeuren in mijn moestuin als het om de plantjes gaat. Een dure F1 hybride kerstomaatje kruist mischien  lekker met die vleesch-dingen van de buurman, en ik kan haar geen ongelijk geven; op den duur zou ik zeker als ik zelf zaden bleef trekken van deze del die het met iedereen doet weer een oer-tomaat krijgen die het daar best naar haar zin heeft onder het afdakje op de blauwe klei…. Zoals Bas Haring zich richt op -het uitsterven en hoe erg is dat eigenlijk- over de aardbol heen, richt ik mijn blik zo graag op het spontane gebeuren op de vierkante centimeter. Het mengen van soorten, het bij elkaar kruipen van vriendjes die elkaar ondersteunen met af en toe zo’n heerlijke nekmassage van boon tot maisaanzet. Ik zag oranje pompoenen zich mengen met witte pattissons en zo’n turkse muts zich behaaglijk kronkelen tussen andere ‘wratachtigen’ van peervormen tot platte schotels in alle denkbare kleuren voortbrengen. In bepaalde milieu’s blijkt het godzijdak onschadelijk en plezierig om in een veelkleurige mimiek los te kunnen barsten. Maar soms…”wat doet nou dan die gluiperd van een slangenkomkommer daar schalks omhoog kruipend en -likkend in mijn raszuivere appelboom… Godslasterlijk gewoon”. Want tja…je wilt soms natuurlijk wel een klein beetje voor god in eigen boomgaard kunnen spelen op je eigen 200 vierkante meters. Zo in een hangmatje hangend, droomend en alles gaat zijn eigen gangetje zodat ik zonder pijn in de nek naar overhangend fruit kan kijken in het zonnetje alvast het volgende maaltje bedenkend Zucht….

images-2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s