Manifest van een eter. Boekbespreking.

Een pleidooi voor echt eten door Michael Pollan.

Image

 

De eerste woorden : eet eenvoudig, alleen vers, niet te veel en vooral planten.

In de inleiding wordt hier terecht gezegd dat heel vroeger alles voedsel was  wat ‘eetbaar’ was en tegenwoordig er duizenden andere eetbare voedselachtige substanties in de supermarkt liggen die om het hardst schreeuwen dat ze gezond zijn. Maar als u zich zorgen maakt om uw gezondheid kunt u producten die claimen dat ze gezond zijn juist beter mijden. Waarom? Omdat de bewering dat iets gezond is een sterke aanwijzing vormt dat het geen voedsel is, en dat is nu juist wat u wilt eten. We zien al hoe snel dingen ingewikkeld kunnen worden.

Persoonlijke gezondheid hoeft niet persee centraal te staan volgens de schrijver (en dat onderschrijf ik volledig). In 2006 bracht hij de “Omnivore’s Dillemma” uit. Het hield zich bezig met ecologische en ethische dimensies van voedselkeuze. (Net als ik al ooit) kwam hij tot de conclusie dat in de meeste (maar niet alle) gevallen de ethisch en milieutechnisch-gezien beste keuzes toevallig ook de beste zijn voor uw gezondheid. Dat is overigens buitengewoon goed nieuws en doet mij  zeer denken aan de uitdrukking : “Als je de aarde met al haar schepselen op een gezonde manier behandelt krijg je daar vanzelf gezonde voeding voor terug” (uit de Zen? weet ik niet meer). Maar toch veel lezers willen dan weten wat ze nu dan eigenlijk moeten “eten!” De vragen tav voedselverwerking& bio-industrie etc zijn zeer terecht maar is natuurlijk wel ook een symptoom van onze huidige verwarring tav voedsel. Sinds wanneer hebben mensen de behoefte gekregen te rade te gaan bij een arts, voedseldeskundige, journalist, goeroe of een of andere voedselpiramide voor zo’n basale vraag over ons dagelijks functioneren als mens. Al is de vraag voor ons wellicht idd ietsje gecompliceerder dan bv voor een koe die vnl  gras behoeft, toch hebben de mensen deze vraag altijd zonder deskundig advies weten te beantwoorden, al sinds we ‘uit de bomen’ klommen. We lieten ons eenvoudig leiden door cultuur. Wat in dit geval een ander woord is voor ‘moeder’.

De veranderingen in de moderne tijden(= industriële tijdperk) gaan zo snel dat we vaak niet eens meer weten wat onze moeders en oma’s ons vroeger voorzetten. Dat is historisch gezien, een ongebruikelijke toestand. Vroeger aten we (te) veel dierlijke vetten, tot de margarine op de markt kwam en we deze voedseltrend klakkeloos volgden, die behelsde dat die modernere = plantaardige vetten beter waren voor onze gezondheid… (oeps). Tegenwoordig weten we beter, hoewel…. Onze grootouders zouden het meeste van wat nu bij ons op tafel staat niet eens als voedsel herkennen. De eetcultuur in Amerika verandert meer dan 1x per generatie wat ongekend en zeer duizelingwekkend is. Een van de voornaamste krachten achter deze snelle veranderingen zijn oa de multinational marketingmachine waar miljarden dollars in om gaan. Een andere is de voortdurend wisselende basis van de voedingswetenschap, die, afhankelijk van hoe je het bekijkt de grenzen van eten en gezondheid steeds oprekt of gewoon vaak van gedachten verandert omdat het een gebrekkige wetenschap is die veel minder weet dan zij graag wil toegeven. In de jaren 60 zouden voedselwetenschappers gaan beweren dat dierlijke vet een per definitie dodelijke substantie is en dan waren er meteen de voedsel fabrikanten als de kippen bij die te weinig verdienden aan ” grootmoeders kookkunst omdat ze zoveel op een koopje deed tot en met het uitsmelten van haar eigen bakvet”. Door de vernieuwde inzichten van ‘toen’ op te blazen wisten ze de generatie daarna de zegeningen van de gehydrogeneerde plantaardige oliën aan te praten die nu naar we vernemen mischien wel, nou ja, de  dodelijke substantie zou kunnen zijn. Een tijdje lang dachten zij in studies aan te kunnen tonen dat een vetarm dieeët bescherming bood tegen kanker en hart- en vaat ziekten en dat zij dat op dit moment waarschijnlijk helemaal niet meer doet. Integendeel. Het lijkt erop dat onze gehele theorie omtrent het gebruik van vetten op instorten staat (inclusief die over omega-3). Tja.

Op dit punt zult u misschien nu zeggen: “Wacht eens even. Wou je nu echt beweren dat dat hele verhaal over vetarm eten flauwekul is geweest? Terwijl mijn supermarkt nog steeds vol staat met omega-zoveel, vet-arm dit en cholesterol-vrij dat. Mijn dokter zeurt nog steeds over mijn cholesterol en zegt steeds weer dat ik naar allerlei vetarme dingen moet overstappen.” Welnu de schrijver zegt ook versteld te staan van dit nieuws maar dan wel omdat niemand van gezag; niet uit de overheid noch uit de gezondheids sector; zijn nek heeft durven uitsteken voor de waarheid:

“Eh, u kent al die verhalen die we u de afgelopen 30 jaar hebben verteld over vet eten en hart aandoeningen? En tussen vet en kanker? En tussen vet en dikte? Nou het volgende is zojuist bekend geworden: het ziet er naar uit dat dat het allemaal niet waar is geweest. Wij betreuren deze vergissing oprecht…”

De gehele lipidehypothese wordt nu door dezelfde wetenschappers nu benoemd als “we leven tegenwoordig in een lipofobisch tijdperk”.

Het enige in de gehele beschouwing die aan slechte vetten voor hart en vaten overeind blijft dat blijken de transvetten en laten dat nu precies die zijn die in pakjes chemisch gefabriceerde boter&margarine zitten, je weet wel die met de plantenvetten. Met Becel aan kop trouwens die er meteen zijn plantaardige ‘medicijnen’ om cholesterol tegen te gaan er vast bij in stopt. De schrijver gaat uitgebreid in op deze wan-toestanden van de voedselindustrie omdat we tot de onvermijdelijke conclusie zullen komen dat de voedingskeizers keizers zonder kleren zijn en zodra de lipidehypothese weg is gesmolten zij al te graag een nieuwe zullen creeëren. Het probleem in de westerse landen is nl dat de voedingsindustrie en de wetenschap niet bepaald onafhankelijk van elkaar functioneren. En de voedings industrie zijn tentakels in de politiek uitspreidt….

In de eerste 3 hoofdstukken in het eerste deel wordt hier zeer uitgebreid op in gegaan. Je slaat steil achterover van de wantoestanden en de machige lobby’s die vanaf de jaren 50 de inhoud van de supermarkten in zijn greep houden. (tot en met de senator die een groot aantal veeboeren onder zijn kiezers had). Onderzoeksinstanties van de Amerikaanse Hartstichting en wetenschappers tot en met diep in de politiek werden gedwongen om hun aanbevelingen omtrent verlaging van consumptie van vlees te vervangen door het ingenieuze compromis: ‘kies vlees en vissoorten die uw consumptie van verzadigd vet verminderen’. Met deze subtiele aanpassingen in formuleringen van ‘kwesties’ begint een ingrijpende verandering in het denken over voeding  waarin de ware boodschap vanuit overheden werden aangepast in: ‘praat niet meer over voeding maar over voedingstoffen’. Het onderscheid tussen grootheden als kip, rund, varken en vis die elk een geheel ander taxonomische klasse vertegenwoordigen  valt weg en wordt op een hoop geveegd. Deze taalkundige knieval heeft de betreffende senator niet kunnen redden van zijn ondergang, de industrie -vleeslobby zorgde ervoor dat ie de eerstvolgende verkiezingen werd weggestemd, wat een ondubbelzinnige waarschuwing afgaf aan eenieder die het Amerikaanse voedings patroon, en dan met name de grote homp dierlijke eiwitten in het midden van het bord, ter discussie wenste te stellen. *Zo idem de suikerlobby, geneesmiddelenlobby, genengemanipuleerd-voedsel lobby met de bijbehorende pesticiden grootmachten (zoals Monsanto).*noot van de schrijver.

Zoals de inhoud van babyvoeding bv meerdere malen in de laatste eeuw moest worden bijgesteld omdat de kinderen niet groeiden, tekorten hadden, groeihormonen in de melk kregen tot vele schandalen aan toe omdat de lange treurige sage van pogingen om borstvoeding en melk na te bootsen eentje van een nederig makende complexiteit is gebleken (en nog steeds) brengt dit ons bij een van de meest verontrustende kenmerken van het nutritiotisme (hoewel dat zeker niet voor allen verontrustend is). Als de nadruk steeds ligt op het kwantificeren van voedingstoffen in voedsel (of, om preciezer te zijn, de in voedsel herkende voedingsstoffen) dan zal elk kwalitatief onderscheid tussen natuurlijk voedsel en een voorbewerkt imitatie product al snel verdwijnen. Sterker nog: voorbewerkt voedsel kan als “gezonder” voor je worden aangemerkt omdat het de juistere hoeveelheden inhoudstoffen bevat, juister dan gewoon eten. Komt dat de industrie even goed gelegen.

U voelt waarschijnlijk net als ik de cognitieve dissonantie als bezoeker van de supermarkt zowel als lezer van het wetenschapscatern, naast een lichte vorm van heimwee naar de eenvoud en de kracht van de eerste paar woorden. Woorden die de schrijver bereid is te verdedigen tegen de veranderlijke winden van de voedingswetenschap en de reclame (maar nog andere beinvoedende mechanismen) van de voedingsmiddelenindustrie. Maar voor alles is het nodig te begrijpen hoe we in onze huidige toestand van verwarring zijn geraakt. Dat is het onderwerp van het eerste deel van dit boek: ‘Het tijdperk van het nutritionisme’. Er wordt uitgebreid inzicht gegeven hoe in het tijdperk van de industrialisering langzaam maar zeker het tijdperk van het nutritionisme aanbreekt en wij zo zijn gaan denken als de industrie dat wenste.

De eerste duidlijke definitie die hier om de hoek komt is de stelling dat nutritionisme niet hetzelfde is als voedingsleer. Zoals het -isme al doet vermoeden spreken we hier niet van een wetenschap maar van een ideologie! En ideologien zijn manieren om grote gebieden van het leven en de ervaring onder te brengen in een reeks  gedeelde maar nog niet onderzochte aannames. Deze eigenschap maakt  een ideologie buitengewoon lastig waar te nemen vooral aangezien ze nog invloed uitoefend op je cultuur. Een heersende ideologie is een beetje als het weer -alom aanwezig en dus vrijwel onontkoombaar-. Je zit er in zeg maar. Het is nog niet aantoonbaar gemaakt dat in het geval van het nutritionisme de breedgedeelde maar nog niet onderzochtte aanname dat de sleutel tot het begrijpen van voedsel daadwerkelijk te vinden is in de voedingsstof. Anders gezegd: dat voedsel in essentie de som van zijn inhoudsstoffen is. Aangezien de inhoudsstoffen voor een normaal mens niet met het oog zichtbaar is en dus onzichtbaar en derhalve mysterieus, is het aan de wetenschapper en  journalistiek om ons de verborgen werkelijkheid van voeding te verklaren. Kwa vorm is dit  een quasi-religieus idee. Met als gevolg dat we, om een wereld te betreden waarin je je heil zoekt op voedingsgebied, je behoorlijk afhankelijk bent van z.g. ‘deskundige hulp’. Deze wordt overigens zeker niet door alle culturen gedeeld. De tekst wijst erop dat de ervaring van deze andere culturen ook  paradoxaal doet vermoeden dat voedsel ook is verbonden met andere zaken dan alleen de lichamelijke gezondheid maar dat genot, gezelligheid, of identiteit mensen niet minder gezond maakt en er zelfs reden is om te geloven dat deze ze mischien wel ‘gezonder!’ maakt.

De wetenschap heeft deze hypothese nog niet getoetst maar wellicht zou er een omgekeerde correlatie kunnen zijn te vinden tussen de hoeveelheid tijd die mensen besteden aan het zich druk maken (op een negatieve manier) over hun gezondheid&geluk en de werking erop. Er wordt in deze zeker niet gesuggereerd dat alles in orde zou zijn als we gewoon stopten ons er druk over te maken) Echter, dit is per slot van rekening de impliciete les van van de Franse paradox (die niet door henzelf zo genoemd wordt overigens , Quelle paradoxe?) maar door de Amerikaans nutritionist die het maar niet begrijpt hoe een volk dat zo van zijn eten geniet zoals de Fransen, en onbekommerd zoveel voedingsmiddelen tot zich neemt die door de nutritionist als gifig wordt geacht toch zoveel lager scoren op het gebied van hartaandoeningen dan wij met al onze dieëten. Misschien wordt het eens tijd om de Amerikaanse paradox te herkennen. Een opvallend ongezonde bevolking met alle welvaartsziekten van dien waarvan de bevolking overvoerd is met de idee van ‘gezond’ en ‘geraffineerd’ (let op de woordspeling) eten. Deze belofte van een imitatie- voedingsstoffen industrie die een lang en gezond leven beloofd wordt meer en meer als achterhaald beschouwd.

Ik ben mij als overbrenger van voedsel-filosofie bewust van de vele tegenstrijdige beweringen die er zijn te ‘behappen’ in deze materie en in deze moderne tijden met een overdaad aan nieuws omtrent voedsel. Geenszins wil ik de feelgood-superfoods of broodbuikdieëters noch andere goeroes of sprirituele instanties stroop om de mond smeren (al verkopen ze vooral marketingpraatjes) noch er een oordeel over vellen. Men is trouwens vrij om te eten wat hem/haar goeddunkt, dat in de eerste plaats, maar zoals een collega-vrijwilliger op een vergadering van Damn Food Waste mij terecht zei: wat betekent die vrije wil eigenlijk als we ons waarschijnlijk massaal blind laten leiden door wat de industrie, de wetenschap en journalistiek (partijen die veel hebben te winnen bij deze verwarring) ons allemaal letterlijk door de strot willen duwen.

Het boek geeft een duidelijk zicht op deze dingen en vooral hoe ze in onze levenswereld geslopen zijn. De aanbevelingen over -wat dan wel te eten-die er al in staan (in het derde deel) zijn geen strakke voorschriften/en verleidt niet tot  wetenschappelijk geformulerde  vocabulaire. “Want wie ben ik, wie is wie dan ook?- om u te vertellen wat er op tafel moet staan vanavond? Omdat er geen eenduidig antwoord bestaat op die prangende vraag wat we moeten eten zullen deze richtlijnen evenzoveel verschillende menu’s opleveren als er mensen zijn die er gebruik van maken.” Aldus de schrijver.

Gelukkig zegt de schrijver ook dat  het derde deel van het boek 20 jaar geleden niet geschreven had kunnen zijn al was het maar omdat in die periode er geen manier was geweest om te eten zoals hij voorstelt zonder zelf eerst weer boer te moeten worden. Het zou het manifest van een zonderling zijn geworden. Er stond gewoon maar één ding op het menu en dat was wat de industrie  beliefde op te dienen. Eters hebben nu weer keuzes, echte keuzes, en deze keuzes hebben echte consequenties voor de gezondheid van onze voedingscultuur, de landbouw en die van onszelf omdat je in de loop van het verhaal zult merken dat deze onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Aan de ene kant is het een (veeg) teken van onze vervreemding dat hier een boek over geschreven moet worden maar ook kun je je gestaafd voelen- en dat is een stuk positiever- dat je het met je eigen ‘boeren’verstand (zie hoe mooi weer de woordspeling)  best kunt weten en inschatten wat ons nu  eigenlijk feitelijk voedt en ons gelukkig prijzen dat het in een moderne samenleving ook echt mogelijk is om weer echt voedsel te eten.

Ada.

P.s. noot van mij(geitenwollensok): “Toch denk ik dat dankzij het feit dat er wel ‘zonderlingen’ waren in de jaren 60 dankzij wie de natuurvoedingslevensmiddelen&de vergeten groenten op bescheiden schaal in leven werd gehouden  we deze wel in deze moderne tijd in een nieuw jasje (=identiteit) voortgang konden laten boeken op het moment dat het idee levensvatbaar was.” 

17

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s